Wederwaardigheden rondom een voet

· Artikelen
Authors
Op dinsdag 17 augustus 2010 werd ik van de ene minuut op de andere lam gelegd.

Maandagmiddag had ik nog lekker hard gelopen. Dinsdagochtend heb ik nog met een vijftal flessen water van twintig liter gerommeld. Na de lunch zat ik aan tafel rustig en geconcentreerd een boek te lezen. Ik voelde me topfit en op mijn gemak.

Het was twee uur, opeens begon ik onbetamelijk te rillen met mijn hoofd, ledematen en romp, klappertanden, rillen, klappertanden, trillen. IJskoud had ik het en kon niet van mijn stoel afkomen. Na een half uur kon ik al rillend en trillend op de grond glijden, naar de gang kruipen, heel moeizaam de trap op schuifelen en wist ook nog in bed te komen. Om drie uur nam het trillen af. Hoge koorts en ik lag voor Pampus. Braken, dat ook nog en overal pijn in mijn lijf. Toen Henny s’ avonds thuis kwam lag er een uitgetelde man op bed. Ik dacht dat ik griep had. Dat had Henny de afgelopen maand ook gehad en nu ben ik aan de beurt. Eten en drinken ging niet meer, slapen wel.

Woensdagochtend werd ik wakker met een gezwollen rechtervoet die vreselijk pijn deed. Ik dacht nog steeds dat ik griep had, want ik heb wel vaker een pijnlijke voet gehad (verdringing heet dat, want dat vond ik toen helemaal niet leuk, maar het herstelde uiteindelijk wel). De koorts was nog hevig maar ik braakte niet meer. Henny bleef thuis en maakte zich zorgen. Ik ijlde, dacht en hield ook stijf vol dat ik griep had. Zo gleed ik de nacht weer in en liet een etmaal verglijden.

Toen ik donderochtend met een vurige voet, die op barsten stond, wakker werd drong het pas tot me door: dit gaat niet goed. Paniek, dokter bellen, die komt snel, constateert wondroos aan voet en onderbeen. Zij tekent het front van de wondroos op het onderbeen netjes met balpen af zodat je het kunt zien als het front verder trekt. Antibiotica: 10 dagen 4 x per dag 1 capsule flucloxacilline 500 pch moet soelaas bieden. Als het niet goed gaat wel onmiddellijk bellen.

Henny gaat boodschappen doen en naar de apotheek. Twee uur later slik ik mijn eerste pil die ik een half uur later weer uitkots. Het front van de wondroos heeft zich enkele centimeters naar boven verplaatst. Weer de dokter bellen, het is een andere die zich het snelst vrij kan maken. Ik lig koortsig te wezen, gooi laken en deken van me af om af te koelen en zie het front voor mijn ogen naar boven trekken. De voet groeit door. De dokter komt en hij schrikt, onmiddellijk naar het ziekenhuis. Zo lig ik dan voor het eerst van mijn leven als patiënt in een ambulance en ga naar de spoedhulp van het UMC St. Radboud in Nijmegen.

Ik werd snel en fantastisch goed geholpen. Nog nooit had men zo vlug een ernstige erysipelas (=wondroos) zien ontstaan, ze stonden er zelf bij. Andere dokters werden er eveneens bij gehaald. Men vond het een indrukwekkende voet. Foto’s maken van beide voeten om zo een fraai beeld van deze erysipelas vast te leggen (mijn linker voet is heel mooi). Punctie – au, au – genomen van de voet om de bacterie vast te stellen (agressieve streptokokken). Intussen zat de wondroos in grote plekken op mijn dijbeen, was al in mijn lies gekomen en ook naar de linkerlies doorgeslagen.

Infuus met drie kuren antibiotica tegelijkertijd, morfine, wat tegen de maag en nog wat, ik weet het niet meer. Zo werd ik naar de verpleegafdeling gebracht. Van de eerst 5 tot 6 dagen herinner ik me weinig: hoge koorts, ijlen, dromen, wanen, slapen. Veel pijn aan mijn voet die alsmaar maar groter, afschuwelijk en afzichtelijker werd. Talloze bezoeken van dokters, co-assistenten, verpleegkundigen en Henny die kwam kijken.

“Je hebt geluk gehad” zei een van de behandelende artsen. Ik keek toen een beetje sip, maar het was wel zo. Mijn voet is er nog. De chirurg met het grote mes is me bespaard gebleven.

Gelukkig neemt de ontsteking langzaam maar zeker af evenals de koorts. De voet ziet er niet uit. Zo vreselijk aangedaan, hoe moet dat ooit weer goed komen? “Je moet het vergelijken met het herstel van een derdegraads brandwond. We weten niet precies hoe hij eruit zal zien, mogelijk met littekenweefsel.” zei dokter Tonen, mijn eerste behandelaar, een uitstekende arts, kundig en betrokken. Kan ik ooit weer lopen? “Dat zit er zonder meer in, het heeft alleen zijn tijd nodig”. En hardlopen? “Dat kun je ergens in 2011 agenderen.” Zo, ik weet waar ik aan toe ben en sta meteen met beide voeten op de grond. Figuurlijk dan.

Op de zevende dag ging het infuus eruit. Alle medicijnen gaan er nu oraal met pillen in. Het morfineregime heb ik in eigen hand waarbij ik de voetpijn kan reduceren tot de grens van het draaglijke. Helemaal pijnloos gaat het niet, want dan lig ik in coma, dat is ook niet alles. Al die medicijnen geven bijverschijnselen waarvan jeuk over mijn lijf het lastigste is. Mijn linkervoet is solidair met de rechter en spiegelt zo nu en dan met fantoompijnen, hij is nog steeds mooi.

De morfine heeft wel als nadeel dat ik woordfouten maak. “Ik slik kinine” bijvoorbeeld. Goed, het komt in de buurt, maar het is het niet. Ook kan ik niet op woorden komen zoals assertief. Dat was ik dan ook helemaal niet die dagen, maar toch, lastig is het wel.

Na twaalf dagen mag ik weer naar huis. De laatste drie dagen was ik koortsvrij. De plekken op het bovenbeen en de liezen zijn verdwenen. Op mijn scheenbeen heeft zich een grote rode plek geconcentreerd die verder amper pijn doet. Mijn uiterst gevoelige en pijnlijke rechtervoet beschrijf ik maar niet. De grote herstelafbraak is begonnen en de voet lekt, gelukkig geen etter en weinig tot geen wondgeur.

Ik maak kennis met de thuiszorg. Krijg een dekensteun, een douchekruk en twee anatomische elleboogkrukken. Ons meubilair wordt verder uitgebreid met een rolstoel met beenleggers en een gipsbeengoot. Dagelijks komt een verpleeghulp om mijn voet te verbinden. De eerste keer als de hulpen mijn voet zagen, zag ik ze walgen, maar ze waren professioneel genoeg om dat heel snel opzij te zetten. Ik ben erg tevreden over al die hulp. Na twee weken lekte de voet niet meer en kon ik hem weer blootstellen aan de lucht, met dank voor de hulp. En al die tijd bleef ik koortsvrij, wel kreeg ik voor alle zekerheid nog een zware kuur antibiotica te slikken omdat de voet toch weer wat opspeelde. Geen enkel risico nemen was het motto.

Mijn voet is nog steeds onrustig. Ik onderscheid nu twee fasen van wondroos. De eerste fase noem ik de morfinefase de tweede de paracetamolfase. Na een maand besloot ik te stoppen met de morfine die ik tot dan toe nodig had. Ik wilde weer schrijven. Die eerste fase was natuurlijk de heftigste. Zo’n klompvoet met vuur hoop ik nooit meer mee te maken. Ik bestempel dat nu als de eerste gloed. Het lukte me in de tweede fase om de pijn met grote hoeveelheden paracetamol draaglijk te houden. Waar ik niet op had gerekend was dat er een tweede gloed kwam. De moeizaam herstelde huid was niet in staat om geheel te helen. Er moet nog een tweede vervelling plaats vinden. Het voelde en voelt af en toe nog steeds alsof er vlammen over mijn huid kropen en kruipen. Minder erg dan de eerste gloed, maar vervelend pijnlijk. Ik kwam toch weer in de verleiding om naar de morfine te grijpen, ik heb nog een voorraad van een maand. Maar telkens als ik die lange lijst met bijwerkingen doorlas dacht ik “niet doen Dick, verbijt die pijn maar”. De voet is nog niet geheel hersteld, maar verbetert gestaag. Ik hoop oprecht dat er geen derde gloed komt, we zullen zien.

De eerste maand was mijn leefdomein niet groter dan het bed waarin ik lag. Henny heeft een fulltime baan, maar kreeg en krijgt nog twee uur zorgverlof van haar baas om voor mij te zorgen. In de tweede maand kon ik mijn domein uitbreiden tot het hele huis. De komende maanden zal ik de hele buitenwereld weer veroveren.

We hebben ook nog onze Leergang Tarot die weer is begonnen. Dat gaat gelukkig goed. Henny heeft vanuit haar werk ook nog eens een eigen opleiding management van een dag per week met veel huiswerk. Zware tijden dus. Tot nu toe kon ik altijd met trots zeggen dat Henny zolang als ze bij mij is nog nooit gekookt heeft. Dat gaat nu niet meer, ze heeft dat hartstikke lekker gedaan de laatste anderhalve maand. Mijn voornemen is om zo snel mogelijk mijn rol als kok weer op me te nemen. Ik kan ook nog geen boodschappen doen, maar dat moet de volgende maand toch ook wel weer kunnen. Ik hoop dus snel te revalideren.

Zo dit was het dan. Ik heb nog wel een paar prachtige verhalen over het konijnenhok aan mijn voeteneind, over nachtzusters, dwaallichten en zwarte ratten. Verder nog over het zachtste matje ter wereld van vette watten ingepakt in operatiegaas. Tot slot nog een imposante story over St Anthony’s fire, Schotland, synchroniciteit en rode en witte rozen. Dat zijn echter vertelsels die ik alleen mondeling kan overdragen.

Leave a Comment